Natuurrijk
De bodem
De gezondheid van uw tuin begint bij de basis: de bodem. Is het daar OK, dan gaat de rest lekker mee. Daar moet wel voortdurend aan gewerkt worden,maar dat doet de natuur grotendeels zelf. Maar die natuur is erg geholpen als de bodem niet uitdroogt en er niet te veel in gerommeld wordt. Dus: veel bodembedekkers, compost in het voorjaar en geen geschoffel, dat bewaren we voor de moestuin. Die bodembedekkers besparen u overigens ook heel wat wiedwerk; want waar al planten staan, kan minder onkruid opkomen.
Kringloop
De natuur is een groot kringloopsysteem. De basis wordt gevormd door dood organisch materiaal. Al dit materiaal wordt in de bodem afgebroken door beestjes en schimmels. Het wordt vervolgens omgezet in stoffen die planten weer als voedsel kunnen gebruiken. Bij deze processen is zuurstof nodig. Als de bodem een losse structuur heeft, kan de zuurstof er goed in door dringen. De omgezette stoffen worden door de planten gebruikt, de plant groeit, bloeit en sterft weer af. Het afgestorven organisch materiaal wordt weer afgebroken en zo is de kringloop rond.
Composthoop
Tuinafval kan composteren. Die compost kun je weer gebruiken als voedsel in je tuin. Zo kun je met een composthoop in de tuin de natuurlijke kringloop versnellen. Bovendien ben je zo mooi van je afval af. Ook onbewerkt keukenafval, zoals koffieprut, eierschalen en groente- en fruitafval kan op de composthoop. Met af en toe een laag kalk ertussen versnel je het composteerproces.Een composthoop kan het best in de schaduw op een afgelegen plek. Pissebedden, wormen en andere kleine insecten werken in de hoop om je afval te verwerken tot vruchtbare compost.
Planten
Planten vormen een onlosmakelijk deel van de kringloop. Inheemse planten zijn voor insecten en vogels belangrijk, omdat ze die van nature bezoeken. Veel gecultiveerde planten worden niet door hier levende insecten bezocht. Inheemse planten zijn dus een garantie voor een rijk dierenleven in de tuin.Natuurlijk of biologisch gekweekte planten groeien beter en zijn minder gevoelig voor ziekten en plagen. Ze hebben langer de tijd gehad op de kwekerij. Het is belangrijk om planten daar te plaatsen waar ze thuis horen. Op het zand in de schaduw zal een roos bijvoorbeeld niet goed gedijen, dat moet je niet willen. Zo’n roos voelt zich prettiger in de zon, een andere plant prefereert natte schaduw. Je kunt het soms al een beetje zien aan het uiterlijk: zo willen grijsbladigen graag in de stenige hitte en duidt groot blad op een standplaats die vochtig is.
Winterklaar
Vroeger werd de tuin winterklaar gemaakt: alle uitgebloeide planten werden teruggeknipt, het blad werd weggeharkt en er ging een mooi turfbed over de borders. Dat doen we tegenwoordig anders. We doen eigenlijk niks. In een natuurrijke tuin laten we de uitgebloeide zaaddozen zitten: dat is voer voor de vogels in de winter en bovendien beschermt het de planten beter bij strenge vorst. Het blad mag allemaal de border in: dat is een lekkere warme deken voor de planten en een groot deel van het blad is gecomposteerd voordat het voorjaar is. Wel het blad van het gras harken , anders verstikt dat. En verder is het tijd om bollen te planten en binnen bij de open haard plannen te maken voor het voorjaar.
Dieren
In een natuurrijke tuin huizen heel veel dieren. Van de kleinste torretjes, pissebedden en slakken tot grote vogels. Vogels houden van veel variatie in de tuin: variatie in hoog en laag, in dicht struikgewas en open veld. Voor vogels en andere dieren maken we rommelhoekjes in de tuin en laten takjes en dood hout in de border liggen. Ze houden van water om in te poedelen en om te drinken. Water trekt ook allerlei andere beestjes aan. Dansende insecten, kikkers, salamanders. Rond een vijver is er altijd leven. Heb je egels in de tuin, zorg dan dat ze makkelijk het water in en uit kunnen, desnoods met een trapje. Met allerlei schuil- en nestelgelegenheden kun je de tuin nog levendiger maken. Voor padden, egels, salamanders, bijen en vogels.
Vogels
Vogels hebben een grote aantrekkingskracht. In een stadstuin kun je op allerlei manieren vogels lokken. Voederen in de winter is heel bekend. Maar ook met de beplanting kun je meer vogels je tuin binnenhalen. Vogels hebben nestelgelegenheid nodig, vlucht- en schuilplekken (tegen al die stadse katten) en eten. Vlucht- en schuilplekken vinden ze in bomen en dichte, liefst doornige struiken. Maar ook in klimop en coniferen. Daar kunnen ze bovendien prima nestelen. Voor voedsel zorgen besdragende struiken en allerlei zaaddragende planten. Maar ook nectarrijke planten waar veel insecten op af komen, die daar weer voer voor de vogels worden. Wil je meer vogels in je tuin, ga dan ook eens te rade bij de Vogelbescherming. En bindt je kat een belletje om.
Water
Rond water is het altijd een leven van belang; daar fladdert en vliegt en kwettert en baddert van alles. Ga in de zomer aan de vijverrand zitten en je hebt een doorlopende voorstelling van ontmoetingen, vrijpartijen, ruzies en spelletjes. De afloop is niet altijd lang en gelukkig….Eigenlijk moet er water in iedere tuin, al is het maar een badderschaal voor de vogels.Regenwater kun je goed opvangen en hergebruiken. Vang het op in een ton, gebruik het op groene daken of laat een wadi in de tuin je vijver vullen. Zo voorkom je dat goed bruikbaar water direct het riool ingaat.
Hergebruik
Veel materialen en planten kunnen hergebruikt worden bij de renovatie van een tuin. Verhardingen kunnen opnieuw gebruikt worden, in de bestrating, als mozaïek bijvoorbeeld, of in stapelmuurtjes. Een gesloten grondbalans voorkomt veel transportkosten. En hoogteverschillen zorgen voor verrassend reliëf in een tuin. Dood hout wordt bewoond door allerlei kleine insecten, waar veel vogels op af komen. In de muurtjes overwinteren insecten en daarbinnen kun je overwinteringsplekken maken voor salamanders en egels.

